Leren vanuit relaties

Leren vanuit relaties

Relatie van het kind met zichzelf

  • Kinderen leren kwaliteiten/uitdagingen te benoemen en in te zetten, op een manier waarbij zij zich prettig voelen.
  • Kinderen leren zelf verantwoordelijkheid te dragen voor wat zij willen en moeten leren. Zij geven aan wanneer ze uitleg nodig hebben en leren plannen te maken.
  • Kinderen worden beoordeeld op de eigen vooruitgang in ontwikkeling.
  • Kinderen leren te reflecteren op hun ontwikkeling en daarover met anderen in gesprek te gaan.
 

Relatie van het kind met de ander en het andere

  • Kinderen ontwikkelen zich in een leeftijdsheterogene stamgroep.
  • Kinderen leren samen te werken, hulp geven en ontvangen van andere kinderen en daarover te reflecteren.
  • Kinderen leren verantwoordelijkheid te nemen en mee te beslissen over het harmonieus samenleven in de stamgroep en school, opdat iedereen tot zijn recht komt en welbevinden kan ervaren.
 

Relatie van het kind met de wereld

  • Kinderen leren dat wat ze doen ertoe doet en leren in levensechte situaties.
  • Kinderen leren zorg te dragen voor de omgeving.
  • Kinderen passen binnen wereldoriëntatie de inhoud van het schoolaanbod toe om de wereld te leren kennen.
  • Kinderen leren spelend, werkend, sprekend en vierend volgens een ritmisch dagplan.
  • Kinderen leren initiatieven te nemen vanuit hun eigen interesses en uitdagingen.